Van onze verslaggever Rens Muller
vrijdag, 19 juni 1998

Bussumers bereiken mijlpaal in hoofdklasse

HCAW's duizendste duel

BUSSUM

Als de rekenmeesters door de jaren heen goed hun werk hebben gedaan, bereiken de honkballers van Mr.Cocker/HCAW zondag een mijlpaal. Op het programma staat het thuistreffen met Sparta. Een gedenkwaardige wedstrijd. Het is het duizendste duel van de Bussumers in de hoofdklasse. Een blik terug in de tijd. Of, hoe HCAW zich vanaf 1967 geleidelijk aan ontwikkelde tot de top-club die het anno 1998 is.

Honkballen kunnen ze bij HCAW als de besten, van archiveren hebben ze iets minder kaas gegeten. Het kost dan ook enige moeite om de historie van de vereniging boven tafel te krijgen. Na lediging van een paar archiefkasten en gesprekjes met welwillende clubleden kunnen echter enkele geschiedkundige feiten op een rijtje worden gezet.

Allereerst natuurlijk iets over de entree van de Bussumers in de hoofdklasse. Dat memorabele moment deed zich voor in het jaar 1967. Binnen tien jaar na de oprichting van de vereniging - als afsplitsing van voetbalclub AW - bereikten de Bussumers het hoogste nationale podium. De ultieme bekroning, na alle energie die spelers en bestuursleden de voorgaande jaren in hun favoriete sport hadden gestopt. Zo althans formuleert Leo Nagtegaal het 31 jaar na dato.

De 51-jarige Huizer was er als speler bij toen HCAW in 1966 middels een overtuigen-de 1-12-overwinning op het Haagse Storks het lang begeerde hoofdklasserschap binnenhaalde. Een overwinning die volgens Nagtegaal gewoon niet kon uitblijven. “Onze coach Gerard de Haan had ons in de aanloop naar dat beslissende duel zo gemotiveerd dat we aan de mogelijkheid te verliezen niet eens dachten. Dat we echter zo overtuigend wonnen, ging ons bevattingsvermogen gewoon te boven. Al moet ik er wel bij zeggen dat we de steun hadden van meer dan vijfhonderd meegereisde supporters. Dat was voor ons een ongekende ervaring".

HCAW, met spelers als Rob Hoffmann, Jimmy Bell, Piet Back en Jan Schriek, had in die dagen sowieso over publieke belangstelling niet te klagen. Het knusse veld aan de Abraham Kuyperlaan (in 1971 volgde de verhuizing naar de Zanderijweg) werd bij thuiswedstrijden steevast omzoomd door een grote groep toeschouwers. Nagtegaal herinnert zich die tijden nog maar al te goed. “Weliswaar hoeft de club nu ook niet te klagen, maar in die tijd was de gezelligheid echt enorm groot. Het speltechnische niveau ligt tegenwoordig een stuk hoger, maar ik durf te beweren dat wij meer spelvreugde hadden. En dat plezier werd door het publiek overgenomen. Er was sprake van een echte wisselwerking. Overigens moesten we 's zondags tot twaalf uur onze knuppel in de tas houden. Dat had het bestuur van de nabij-gelegen kerk ons bevolen. We zouden anders de kerkgangers te veel overlast bezorgen".

De entree in de hoofdklasse staat Nagtegaal nog helder voor de geest. “Dat was voor ons als spelers natuurlijk een ware sensatie. Als je na jaren van spelen in de lagere klassen opeens klasbakken als Hamilton Richardson en Simon Arindell tegenover je hebt, dan begrijp je dat we met knikkende knieen het veld betraden. Ja ook Hoffmann, die al een tijdje in het nationale team speelde, had er last van".

Zenuwen of niet, HCAW eindigde in het debuutjaar in de hoofdklasse keurig op de zevende plek. Van de 21 wedstrijden werden er zeven gewonnen en dertien verloren. Een keer volgde een gelijk-spel. De jaren nadien ontwikkelden de Buccaneers, zoals de Bussumers ook wel genoemd werden, zich stilaan tot een ploeg waar gevestigde clubs als Haarlem Nicols, Sparta en OVVO ernstig rekening mee dienden te houden. HCAW maakte naam in den lande en ontwikkelde zich tot de topclub die het anno 1998 is. Met uitzondering van een jaar eerste klasse in 1983 speelde de club sinds 1967 steevast op het hoogste podium. Met de eerste landstitel in 1996 als onbetwist hoogtepunt.