GIJS MOERMAN
zondag, 22 augustus 2010

’Net zo’n genie als Cruijff

Rob Hoffmann: aardig, bescheiden en sportief

Wie je ook spreekt over de vorige week vrijdag na een ziekbed van acht jaar overleden Bussumse honkballegende Rob Hoffmann, ze zijn het over één ding eens, de man was ontzettend aardig en bescheiden. Mensen die ergens heel erg goed in zijn, willen nog wel met de borst vooruit gaan lopen, maar daar had Hoffmann geen last van. „Terwijl hij in mijn ogen net zo’n genie was als Johan Cruijff.” Aan het woord is Peter de Graeve, die getrouwd is geweest met de zus van Rob Hoffmann en die bij elkaar een seizoen of acht catcher is geweest als z’n zwager zijn roemruchte fastballs over de plaat stuurde. De Graeve kan prachtige anekdotes opdiepen uit het HCAW-verleden, toen de club nog speelde op sportpark De Kuil aan de Abraham Kuyperlaan. „Vier-, vijfduizend mensen kwamen erop af, Bussum liep leeg. En ze kwamen allemaal kijken naar het fenomeen Rob Hoffmann.”
Als we De Graeve mogen geloven, was het in die tijd een dolle boel bij HCAW, dat bezig was aan een opmars die zou eindigen in de hoofdklasse.
Veel bier en in het geval van Rob ook veel sigaretten. Hij rookte als een schoorsteen. Als hij na een inning terugliep naar de dug-out, had scoorder Ad Fijth al een Mantano’tje voor hem opgestoken, dan kon hij direct een flinke hijs nemen. Het is een keertje gebeurd dat hij naar de heuvel liep, ik een opwarmballetje gooide en dat hij de peuk nog in z’n hand had. Dus hij liet die bal snel vallen om die peuk in het gras te kunnen uitduwen. Ik stikte zowat van het lachen.”
Hoffman was goed, heel goed. „Ik ben niet iemand die een ander snel bewondert, maar ik adoreerde Rob. Hij was echt een natuurtalent. Ik had de bal na een pitch van hem al in mijn handschoen en dan zag ik de knuppel nog zwaaien, zo hard gooide hij. En met een enorme precisie.
Ik gaf als catcher aan waar de bal naartoe moest en meer dan vijf centimeter ernaast kwam de aangooi eigenlijk nooit.” Zijn grote talent bleef vanzelfsprekend niet onopgemerkt; Hoffmann haalde het Nederlands team en hij werd goed genoeg geacht om in de Amerikaanse profcompetitie te spelen. „HCAW speelde nog niet eens in de hoofdklasse, toen Ron Fraser hem zag gooien en zei: ’hier heb je een ticket voor de VS en gaan’. Maar dat deed hij niet. Rob was tevreden met wat hij had en was erg gesteld op zijn vrienden en familie. Een echte familieman, zichzelf wegcijferend voor vrouw en kinderen. Hij had het niet breed en schnabbelde bijvoorbeeld als drummer van de band So What bij voor wat extra dingen in het gezin. Op vrijdagavond en dan werd het laat. Maar een dag later kon je altijd op hem rekenen.”
Hij was behalve talentvol ook sportief. „Het lukte niet veel honkballers, maar iemand sloeg een keer een homerun tegen hem. Ging-ie naar de thuisplaat om de slagman een compliment te maken. We hadden in dat seizoen een Amsterdamse coach, Willem Geestman, en die werd echt helemaal gek toen hij dat zag. Schreeuwde: ’Als je dat nog een keer doet, zaag ik je klauwen eraf’. Maar Rob was Rob, echt kwaad worden op hem, dat kon niemand. Geweldige honkballer, geweldig mens.”